Binnen de boeddhistische psychologie worden 89 verschillende bewustzijnsmomenten onderscheiden, met nog meer onderscheidende factoren. Het voert te ver om deze allemaal te behandelen. Bovendien volgen ze elkaar zo snel op dat ze nauwelijks waarneembaar zijn. Tijdens het mediteren kun je de focus leggen op het geheel (een gemoedstoestand) of op een klein onderdeel. Rusteloosheid zorgt er bijvoorbeeld voor dat je niet goed en helder kan ‘zien’ wat er zich precies allemaal afspeelt. Je kunt dan bijvoorbeeld ‘chaos…chaos…chaos’ benoemen. Het is in eerste instantie van belang dat je jezelf traint in het mediteren. De objecten van meditatie zijn daarbij ondergeschikt aan het proces.
Tenslotte wordt er in de Satipatthana-sutta een aantal onderwerpen genoemd waar je opmerkzaam op kunt zijn. Om inzicht te krijgen kan een eerste insteek zijn, om erover te gaan lezen; zoals hierboven al aangegeven, zijn er verschillen tussen de manier waarop er in het Westen tegen bepaalde onderwerpen wordt aangekeken en hoe dat gebeurt binnen het Boeddhisme. Om enkele van die verschijnselen toch te noemen: verlangen, sceptische twijfel (twee van de vijf hindernissen op weg naar bevrijding); vreugde en gelijkmoedigheid (twee van de zeven factoren van verlichting).
Om vaardig te kunnen mediteren zijn er vijf factoren die in balans moeten zijn:
Toewijding Concentratie Vertrouwen Wijsheid
De ontbrekende factor waar je nooit teveel van kunt hebben is opmerkzaamheid. Het is juist deze factor die door vipassana-meditatie wordt ontwikkeld. Deze eigenschap kan je waarschuwen als je één van de andere factoren te weinig of teveel hebt.